Iedereen staat aan mijn bureau

Mensen op de juiste plek zetten

26 March, 2026

Als je het kantoor naast de receptie binnenloopt, valt als eerste een grote pluche beer op die pontificaal op een stoel zit. Daarnaast zit Camiel, de projectplanner van Rensen. Aan de achterkant van zijn beeldscherm hangt de uitgeprinte wijsheid: gebrek aan planning aan uw zijde, betekent nog geen spoed aan mijn kant. Het oogt op kantoor inderdaad heel ontspannen, maar als er iemand is die altijd zal proberen om iets te regelen of op te lossen, ook zo snel mogelijk, dan is het Camiel wel.

Die ontspannen houding klopt overigens wel. Camiel laat zich niet snel gek maken. En dat ondanks een stroom mensen die dagelijks aan zijn bureau staat en iets van hem wil. “Ik kan me gewoon niet voorstellen dat er een dag is dat er niemand aan mijn bureau staat, maar het is wat ik het leukst vind aan mijn werk: het contact met mensen. Als projectplanner ben ik een spin in het web. Iedereen staat aan mijn bureau: van de verkoopafdeling, de directie, de tekenaars, ombouwers. Ik moet regelen of iets kan en daar ligt voor mij de uitdaging.” Hij begint te lachen. “Ik kan me wel ergens in vastbijten, ja.”

Puzzel

Tussendoor komt commercieel directeur Ruud binnen met de vraag of iets verplaatst kan worden. “Kijk,” zegt Camiel als Ruud weg is, “als we een planning hebben gemaakt, loopt dat wel. De puzzel begint als bijvoorbeeld een inbedrijfstelling verplaatst moet worden of iemand is ziek. Maar ik krijg ook hulp. Elke donderdagochtend heb ik met de projectleiders een planningsoverleg. Dan kijken we naar hoe de planning ervoor staat. En als er een probleem is, bespreken we samen hoe we het best kunnen schuiven in de planning. Uiteindelijk doen we dit werk toch samen.”

Camiel heeft niet altijd op planning gezeten. Zo’n zesentwintig jaar geleden kwam hij binnen als monteur. “Ik ging van assistent chef werkplaats naar chef. Ik had een hele leuke groep mensen onder me. Een paar jaar later ging iemand van planning weg en ik was ook wel toe aan een nieuwe uitdaging, dus ben ik dat gaan doen. Ik heb ook nog even service gedaan, maar daarvoor miste ik toch te veel technische kennis.” Hij belandde weer op projectplanning en zit daar helemaal op z’n plek. Hoewel, af en toe mist hij het om met zijn handen bezig te zijn. “Naregelingen bouwen vind ik leuk. Lekker ontspannen, niet de hele tijd dit of dat. Af en toe help ik collega Ismail nog wel eens, maar dat is sporadisch.”

Gezelligheidsmens

Hij heeft het zeker goed naar z’n zin bij Rensen. “Dat familiaire, de sfeer,” er verschijnt een grote glimlach op zijn gezicht, “en de feestjes. Daar mag je me altijd voor bellen. Ik ben echt een gezelligheidsmens. Nog altijd ben ik vaak een van de laatsten die naar huis gaat. Afgelopen kerstborrel nog. Zijn we na afloop nog naar de schaatsbaan gegaan. Ik ben dan echt de oudste, maar kan me moeiteloos aanpassen met de jongere collega’s.” Eigenlijk past het ook wel bij de functie als projectplanner vindt Camiel. “Je moet wel een mensenmens zijn. Ik plan mensen, geen hout. Ik zet mensen op de juiste plek. Al is dat af en toe lastig”, voegt hij eraan toe.

Als sfeerzoeker zou hij normaliter ook geen vrijdagmiddagborrel overslaan, maar sinds een tijdje zijn dat de middagen die hij met zijn zieke broer doorbrengt. Hij hoopt dan ook vooral dat zijn collega’s verhalen blijven delen. “Foto’s graag! Van boven op het dak of met uitzicht op iets. Zelf kom ik er nooit, maar als mijn collega’s blij zijn, ben ik het ook.” En wil je Camiel echt een goed gevoel geven, dan maak je hem meer dan blij met foto’s van kasten waar nog zijn naam in prijkt.

Knuffelen

Voor een goed gevoel kun je ook zijn kantoor binnenstappen want die beer zit daar niets voor niets. “Ik heb die beer gekregen van de vrouw van technisch directeur Michel omdat ik toen de enige man in het kantoor was, dan kon ik even de beer knuffelen als het nodig was”, lacht Camiel. Inmiddels zitten er meer mannen dan vrouwen om hem heen, maar de beer wordt nog zeker van tijd tot tijd geknuffeld, vertelt hij met een grote grijns. “Als er iemand komt en het loopt niet lekker, zeg ik: hier pak even de beer. Dus die beer blijft hier lekker naast mij op de stoel zitten.”